Witte Wieven, spoken of wetende vrouwen?

door | 29 aug 2021 | Hekserij en runen

Rondom grafheuvels…..

in het bos, op een onverwachts paadje, waar je uitkijkt in de mist.

Waar nevelflarden bewegen en je geest in de war raakt.

Dansen ze, of spinnen ze?

Draden van leven of draden van dood?

Wie zal het zeggen? Wie zal het weten?

De Witte Wieven van het Saksenland.

Dirkje

Witte Wieven? Wat zijn het eigenlijk?

Witte Wieven, wat zijn het eigenlijk? Elfen, geesten, godinnen, natuurwezens of wetende vrouwen?

Misschien wel allemaal, wie zal het zeggen. Ze zijn er nog steeds, na eeuwen en eeuwen, bewegend door het oud Nederlandse landschap. Rondom grafheuvels….. in het bos of in de nevelflarden op de heide….

Wie zijn toch deze mysterieuze wezens? Ze spoken nog steeds, op naambordjes van eethuizen en herbergen, in sagen en mythes.

Witte Wieven, goed of kwaadwillend

Over een heide loop ik, een plek waar ouden tijden nog voelbaar zijn, waar de oerkracht van onze heidense voorouders nog heerst. Een oude eik, een vast baken in de omgeving, een veilige plek. Een plek waar Wodan ons beschermd, tegen onheil, tegen kwaden. Want wie zal het weten? Wie zal het zeggen, of de witten ons kwaadwillend zijn? Misschien wel, misschien niet.

Want er zijn vele vele sterk uiteenlopende verhalen die de ronde over ze doen. In Nederland zijn verhalen bekend vanaf Pieterburen tot en met Ede, van de Achterhoek tot en met Ermelo en Putten. Zelfs in Kolhorn[1], West Friesland, zijn ze meegekomen met turfschepen. In het zuiden van het land verschenen ze als maagden die boerenjongens verleidden. Andere namen voor de Witte Wieven zijn o.a.: Olde Witte, Witte Juffers, guede Holden.

In moerassen en op grafheuvels

Ze worden in verschillende verhalen beschreven van vriendelijk en behulpzaam, tot vals en gemeen. Soms komen ze voor in moerassen, kuilen, het bos, in holen of in begraafplaatsen en grafheuvels.

Maar…. ze kunnen ook ineens verschijnen op het moment dat je water uit een put haalt,

Want…. toen een vrouw uit Tubbergen[2] water putte, voelde ze plotseling en kille hand op haar schouder. Ze draaide zich van schrik om ze zag dat er wel 20 witte wieven om haar heen stonden. Groot stonden ze daar in de nevelen, dreigend van vorm en gebaar. Ze kwamen dichter- en dichterbij, zodat er geen enkele uitweg voor de vrouw bleef. Alles was donker, behalve deze wezens.

Je kunt deze hele sage verder lezen op:  verhalenbank.nl

In deze prachtige sage danst deze vrouw uit Tubberge nu nog steeds met de witte wieven op de belten, en ze behoort niet meer bij dit menschengeslacht. Velen hebben haar gezien, ze draagt lichte, grijze kleren. In haar oren heeft ze prachtige bellen, schitterend van goud. Om haar hals zijn paarlen. Doch men zegt, dat ze veel heeft geschreid, en dat men haar soms hoort wenen en om de zonde (het meegaan met de witte wieven), die het einde werd van haar leven.

Witte Wieven in oude sages

In oude sages worden de witte wieven als gemene heksen gezien. Al in de 13e eeuw wordt er in Nederland gesproken over de witte wieven. Ze worden beschreven als kwade wezens.

Ook dansen ze op belten, dit zijn kleine heuveltjes of verhogingen. Wellicht de grafheuvels waarnaar vaak wordt verwezen in de verhalen.

Het op vreemde eentonige wijze zingen van de witte wieven, doet mij denken aan het beoefenen van seidr door de volva zoals in de Edda genoemd wordt.

De Witte Wieven en de kerstening.

Dat de macht van de witte wieven al tijdens de kerstening serieus werd genomen, blijkt uit het volgende:

In de eerste helft van de 15e eeuw moesten nonnen bij de biecht een vragenlijstje met verboden zaken handhaven waarin gevraagd werd :”Heb gij geloof gehad in vogelenzang, of aan uwe droom, of aan die maren of nachtmerien, alven of aan die witte wieven? “[3]

De kerk heeft hard geprobeerd het geloof in de witte wieven en andere heidense zaken en de kop in te drukken. De plaatsen waar de witte wieven verbleven waren de oude heilige grafheuvels en velden. Hier zouden vroeger de wijze vrouwen van onze landen zijn begraven en vereerd. Zoals we over de kerstening weten, accepteerde de kerk geen heidense priesteressen en gewijde plaatsen zoals grafheuvels. Dit alles werd als duivels bestempeld.

Folklore en Elfen.

Als je kijkt naar de folklore van witte wieven en elfen hebben ze veel overeenkomsten. De luchtige nevelslierten die over het land zweven als mysterieuze wezens. Ze geven de argeloze voorbijganger soms een boodschap uit het dodenrijk mee. Ook stelen ze mensenkinderen en soms leggen ze er een  wisselkind, een ondergeschoven elfen wicht, voor in de plaats. In Friesland was er vroeger sprake van dat de kraamvrouwen en kinderen werden meegenomen door de Witte Juffers, daarom hield men vaak de wacht bij zwangere vrouwen. Bij de Larense bergen hadden ze een baby verwisseld. Ze kwamen er pas achter toen de baby niet kon praten….

Witte wieven als Holden, huldra, Holle.

In Twente werd als het sneeuwde ook gezegd dat de witte wieven dan aan het spinnen waren, of het beddegoed aan het uitkloppen waren. Dit doet denken aan Vrouw Holle uit het sprookje van Grimm.

Vrouw Holle wordt teruggevoerd naar veel verschillende vrouwenfiguren, waaronder de doodsgodin Holda, die volgens Grimm is afgeleid van Hludana. Een godin waar overigens in 1888 in het Friese dorp Beetgum een votiefsteen van was opgegraven. Holda was echter tot in de tiende eeuw een term voor een groep vrouwelijke heksen, die ze later demonen noemden.

In een preek van Berthold von Regensburg zijn de ‘Hulden’ of ‘Unhulden’ vrouwelijke nachtgeesten; ook worden ze gezien als heksen. In een traktaat uit Keulen uit circa 1470 werden ze naast de “gueden holden” genoemd. Dit geeft aan dat de witte wieven gezien werden als een soort wezens die te vergelijken waren met de vroegere vrouwelijke nachtwezens (Hulden) waar Vrouw Holle volgens sommige interpretaties op terug te voeren is.

In het zuiden van het land zijn de verhalen net iets anders. Ze verschijnen vooral aan het water en doen zich voor als mooie maagden. Als er een boerenzoon voorbij komt, dan zingen ze heel aanlokkelijk. Als een jongen dan een wit wief probeert te pakken, dan gript hij er doorheen en valt van schrik dood.

Witte Wieven als goede helpsters.

Men sprak echter ook over Witte Juffers die de kraamvrouwen juist hielpen. En als men de Witte Wieven een pannekoek, bier of melk gaf, dan hielpen ze de boeren met het werk op het land.

De Drentse dominee Picardt schreef in zijn boek ‘korte beschijvinge der antiquiteiten van Drente’ uit 1660 ook positief over deze helpsters.[4] Hij vertelt dat de mensen naar grafheuvels gingen om de witte wieven te vragen om genezing, te helpen bij bevallingen of de toekomst te voorspellen. Deze Witten leefden in de kleine bergjes, waar mensen ongelooflijke dingen hebben gehoord en gezien.

Witten Wieven, de wetenden?

In het boek ‘De betooverde wereld’ uit 1691 van B. Bekker over de Witte Wieven zegt hij: “Van die gewoone en voorname Spokery zijn ons de Witte wijven aldernaast, als d’ oudste van de genen die ook hier te lande t’huis behoren”

Hij vervolgt: wetende dat wit niet blank is, maar ‘wetend’. Van de Hindeloopers kende hij de uitspraak: Hy het nin wyt, hij heeft geen weet. Ook in het oud Saksisch staat wit of wity voor wijsheid, wetende of kundig. Hij noemt ze profetessen: “ Zij waren dan, om in de oude duistere dagen, vele dingen te zeggen, die het volk van ruwe tijden, niet anders begrijpen konden;”.

In zijn boek staat ook een prachtig bewijs van de kerstening. Want hij gelooft Roomsgezinden niet “die zeggen dat het spoken en duivelen zijn. Niet alles moet aan de duivel worden toegeschreven”. zegt hij.

Hieruit kunnen we denk ik opmaken dat alles enge en nare dingen die na 1691 over ze zijn geschreven, een demonisering was vanuit het christendom.

Waren ze onze menselijke tovernaressen en priesteressen?

De heer adele heer Willem Rosenberg (rond 1550 Brandenburger adel) liet regelmatig een Witte Vrouw aan het hof komen. Als zij in het zwart verscheen, ging het over dood, als ze in het wit verscheen ging het over vrolijkheid. Deze Witte Vrouw was een heks of een Völva. Waren de Witte Wieven dus van oorsprong eigenlijk onze ‘witte (dus wetende) tovenaressen’ en priesteressen? En klinkt hun bestaan nu nog door in oude sages?

Natuurlijk is het leuk om te genieten van griezelige verhalen, daarnaast kunnen we ook de spiritualiteit van onze voorouders respecteren door onze ‘wetende vrouwen’ weer te eren.

In vervlogen tijden onder invloed van het christendom vervielen ze tot mythische wezens. In folklore hoor je nog hun echo….

Gekerstend, vervloekt,

verbannen in het vagevuur,

tot duivelen gemaakt,

gij onze tovernaressen,

onze helpsters in moeilijke dagen,

onze begeleidsters in geboorte en dood.

Uwe goede daden tot schande gemaakt,

ik verhef u en ik eer u.

Ik roep u terug.

Uw wetend kleed,

uw wittend hart,

u waarheid sprekende.

***

Bronnen

[1] http://janschindler.info/witte_wieven_van_kolhorn/het_verhaal_van_de_witte_wieven_van_kolhorn

[2] ( Cohen, Josef. Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918. p. 210)

[3] artikel “Bijdrage tot de kennis van het middeneeuwsch geloof” W. Moll in 1872

[4] Abe de Verteller, Witte Wieven, weerwolven en waternekkers

[5] De betooverde wereld van Balthasar Bekker